De strijkers: sierlijke snaren
De groep strijkinstrumenten bestaat uit violen, altviolen, cello’s en contrabassen. Ze worden ook wel eens chordofonen genoemd en vormen de grootste groep van het orkest. Allemaal samen zijn ze met een zestigtal. Ze zijn met velen omdat de klank van een strijkinstrument niet zo ver reikt als die van een blaasinstrument. Als ze niet met zoveel zouden zijn, zou je ze nooit horen boven het geluid van de trompetten of het slagwerk.
Snaren en een strijkstok
Strijkinstrumenten hebben vier snaren. Enkel sommige contrabassen hebben vijf snaren. Vroeger werden snaren gemaakt van de darmen van katten of andere dieren. Nu worden ze gemaakt van staal of nylon. Een strijkstok is een stok waarover paardenhaar wordt gespannen.
Hogere en lagere tonen
Door met een strijkstok over een snaar te wrijven, kun je een heel lange toon voortbrengen. Wanneer je met je vinger aan een snaar trekt, komt er een kort geluid uit. Die techniek noemen we pizzicato. Hoe langer een snaar, hoe dieper de toon. Omgekeerd is dat net zo. Daarom klinkt de ingedrukte snaar van een strijkinstrument steeds hoger dan een snaar die niet ingedrukt is. Door een snaar in te drukken, maak je de snaar dus korter.
De strijkers op een rijtje
- De viool is de kleinste strijker en klinkt het hoogste. Je kent de klank van een viool vast: als het instrument door een beginnende violist bespeeld wordt, kan het klinken als kattengejank. Maar in de handen van een volleerd violist klinkt een viool vreselijk mooi. Omwille van de zangerige klank leggen componisten de melodie van hun muziek in de violen. Van alle strijkers zijn de violen het talrijkst vertegenwoordigd. In het orkest worden ze nog eens opgedeeld in twee ‘eerste violen’ en ‘tweede violen’. Het zijn precies dezelfde instrumenten, maar ze spelen wel andere noten.
- De altviool is een tik groter dan de viool en klinkt iets lager en heser. Net zoals violisten leggen altviolisten hun instrument tijdens het spelen op hun linkerschouder en klemmen het vast met hun hals en kin. Omdat ze groter is dan een viool, zijn de afstanden tussen de noten ook groter.
- De cello is nog groter dan de altviool, zo groot zelfs dat je hem niet langer onder je kin kan houden. De cello staat dan ook op de grond en de cellist klemt hem vast tussen zijn knieën. Door zijn grote afmetingen klinkt een cello lager dan de viool en de altviool. De klank is vol en diep en in de strijkersgroep zorgen de cello’s voor een warm basgeluid.
- De contrabas is het grootste van alle strijkinstrumenten. Daarom klinkt het instrument ook ongelooflijk diep: je kan er tonen op spelen die je nooit kan zingen. Ook die staat natuurlijk op de grond. Het instrument is groter dan de muzikant die erop speelt (ongeveer twee meter hoog). Contrabassisten moeten dan ook altijd rechtstaan of op een hoog krukje gaan zitten. Omwille van het extreem lage toonbereik speelt de contrabas in het orkest zelden de melodie.