Elk concert is inderdaad een beetje een ritueel, met allemaal gebruiken en tradities die steeds opnieuw herhaald worden. Voor wie nog nooit naar een concert ging, kan het allemaal best grappig en verwarrend lijken. Daarom een kleine beschrijving van het concertritueel.
In sommige gevallen zit het orkest al op de scène terwijl jij je stoel zoekt. Soms komt het orkest pas op nadat iedereen in de zaal zijn stoeltje gevonden heeft. Dan zullen de muzikanten eerst opkomen. Daarna komt de concertmeester op en applaudisseert het publiek. De concertmeester is niet de dirigent, maar de aanvoerder van de violen. Hij zit helemaal vooraan en is zo'n beetje de vertegenwoordiger van het orkest.
De concertmeester vraagt aan de hoboïst om een la te spelen. Op die toon kunnen de andere muzikanten hun instrumenten stemmen. Op dat moment is het publiek stil, zodat elke muzikant zijn of haar instrument op de juiste toon kan brengen.
Na het stemmen verschijnen de dirigent en eventueel de solist(en) op de scène. Het publiek begint te applaudisseren, de solist neemt zijn plaats in, de dirigent staat voor het orkest en buigt naar het publiek. Hij laat ook het orkest opstaan, zodat iedereen kan delen in dit welkomstapplaus. Daarna schudt hij de hand van de concertmeester en laat iedereen terug zitten. De dirigent wacht vervolgens tot het muisstil is in de zaal voordat hij de muziek laat beginnen.
De muziek klinkt, de muzikanten doen hun opperste best, de dirigent concentreert zich volledig en jij kan van de muziek genieten. Pas nadat het muziekstuk helemaal gedaan is en er applaus klinkt, zal de dirigent zich weer naar het publiek omdraaien. Soms bestaat een muziekstuk uit meerdere delen en houdt de muziek verschillende keren op. Er wordt dan niet geapplaudisseerd, maar men wacht tot het hele stuk gedaan is. Kijk in het programmaboekje uit hoeveel delen het muziekstuk bestaat.
Nadat een muziekstuk gedaan is, draait de dirigent zich naar het publiek om het applaus in ontvangst te nemen. Als er solisten zijn, zal hij ze bedanken en als eerste laten delen in het applaus. Daarna zal hij het orkest laten rechtstaan. Tijdens het applaus zullen de dirigent en de solisten een paar keer van het podium verdwijnen. Ze kunnen er eventjes op adem komen. Zolang het publiek blijft applaudisseren, zullen de dirigent en de solisten terugkomen. Af en toe zal de dirigent enkele muzikanten uit het orkest laten rechtstaan. Deze muzikanten hebben in het werk een moeilijke of belangrijke solo gespeeld.
Wanneer het applaus uitsterft, maakt het orkest zich klaar om het volgende muziekstuk te spelen. Soms gaan er enkele muzikanten weg (het nieuwe stuk is voor een kleinere bezetting), soms komen er een boel muzikanten bij (het nieuwe stuk is voor een grotere bezetting). Indien nodig wordt een deel van het podium in een mum van tijd heropgebouwd. Als dat gebeurd is, komen de dirigent en de eventuele solist(en) op en begint alles opnieuw.
Na het laatste muziekstuk voor de pauze gaat het publiek naar de wandelgangen om wat bij te praten of naar de foyer om iets te drinken. Sommigen blijven zitten en lezen wat in het programmaboekje. Het orkest gaat ook van het podium en indien nodig wordt het podium (opnieuw) omgebouwd. Blijf in de buurt: een pauze duurt hooguit een half uurtje. Soms klinkt er een belletje wanneer het concert terug zal beginnen. Iedereen neemt dan opnieuw zijn of haar plaats in en het concert verloopt opnieuw zoals vóór de pauze.