Wie een kaartje voor het concert kocht, heeft z'n plaats misschien zelf mogen kiezen. Zoniet heeft de verkoper van het ticketbureau voor jou de beste plaats gekozen die nog beschikbaar was.
Waar je wil zitten, hangt af van je persoonlijke smaak. Wie dicht bij het podium zit, zal de gezichten van de muzikanten en hun instrumenten goed kunnen zien. Wie in het midden van de zaal zit, heeft vaak de beste klank. Achteraan de zaal of helemaal bovenaan kan je het geheel goed overschouwen.
Elke concertzaal is anders. In sommige zalen heb je overal een even goede klank. Het kan ook gebeuren dat er plaatsen zijn in een concertzaal waar je minder goed kan zien. Informeer je dus goed bij het ticketbureau. Ze zullen je meer vertellen over de plaatsen in de zaal.
Iedereen heeft zo z'n favoriete plekje in de concertzaal. Na enkele concertbezoeken zal je de zaal leren kennen en kan je zelf beslissen waar je het liefste wil zitten.
De nummers van de stoelen volgen elkaar niet op: aan de ene kant van een rij hebben alle stoelen een ‘even' nummer, aan de andere kant zijn alle stoelen ‘oneven' genummerd. Dat is voor elke rij hetzelfde. Zo wordt de zaal netjes in tweeën gesplitst: aan de ene kant vind je alle even stoelen, aan de andere kant zijn alle oneven stoelen. Kijk op je kaartje: als je een ‘oneven' stoel hebt, volg dan de pijlen ‘oneven'. Zo zal je meteen aan de juiste kant van de zaal terechtkomen.