Waar zal ik zitten in de concertzaal?

Wie een kaartje voor het concert kocht, heeft z'n plaats misschien zelf mogen kiezen. Zoniet heeft de verkoper van het ticketbureau voor jou de beste plaats gekozen die nog beschikbaar was.

De beste plaatsen

Waar je wil zitten, hangt af van je persoonlijke smaak. Wie dicht bij het podium zit, zal de gezichten van de muzikanten en hun instrumenten goed kunnen zien. Wie in het midden van de zaal zit, heeft vaak de beste klank. Achteraan de zaal of helemaal bovenaan kan je het geheel goed overschouwen.

Elke concertzaal is anders. In sommige zalen heb je overal een even goede klank. Het kan ook gebeuren dat er plaatsen zijn in een concertzaal waar je minder goed kan zien. Informeer je dus goed bij het ticketbureau. Ze zullen je meer vertellen over de plaatsen in de zaal.

Iedereen heeft zo z'n favoriete plekje in de concertzaal. Na enkele concertbezoeken zal je de zaal leren kennen en kan je zelf beslissen waar je het liefste wil zitten.

Je plaats vinden

  • Vraag het aan de suppoosten.
    Een concertzaal is geen bioscoop. Je kan dus niet eender waar gaan zitten. Wanneer je een kaartje koopt, staat er op je kaartje waar je moet zitten. Afhankelijk van het gebouw, kan dat soms erg ingewikkeld zijn, daarom één gouden regel. Wil je weten waar je zit, laat je kaartje zien aan de suppoosten die in de zaal rondlopen! Zij zijn speciaal aan het werk om mensen hun juiste stoel aan te wijzen. Je zal zien: vrijwel iedereen doet een beroep op hen. Ze kennen de zaal op hun duimpje en zullen je met de glimlach je plaats aanwijzen.
  • Wil je toch zelf op ontdekkingstocht gaan? Dan zetten we je op de goede weg.
    Op je kaartje staan verschillende cijfertjes. Meestal staat er eerst vermeld in welk gedeelte van de concertzaal je zal zitten: parterre, corbeille, balkon of loge. Staat er niets, dan heeft de zaal alleen een parterre: iedereen zit dus op de begane grond. Daarna volgen twee nummers: het eerste nummer geeft de rij stoelen aan, het tweede nummer is het nummer van je stoel. Aan het begin van elke rij stoelen vind je het nummer van de rij. Ook op de stoelen is telkens een nummer aangebracht.
    VoorbeeldPARTERRE 7 42. Je zit op de zevende rij van de parterre. Jouw stoel draagt nummer 42.

Even en oneven nummers 

De nummers van de stoelen volgen elkaar niet op: aan de ene kant van een rij hebben alle stoelen een ‘even' nummer, aan de andere kant zijn alle stoelen ‘oneven' genummerd. Dat is voor elke rij hetzelfde. Zo wordt de zaal netjes in tweeën gesplitst: aan de ene kant vind je alle even stoelen, aan de andere kant zijn alle oneven stoelen. Kijk op je kaartje: als je een ‘oneven' stoel hebt, volg dan de pijlen ‘oneven'. Zo zal je meteen aan de juiste kant van de zaal terechtkomen.