Elisabethwedstrijd - Gratie en fiasco

Een korte geschiedenis van ’s werelds moeilijkste concours

Hevig transpirerende solisten, pijnlijke uitschuivers en een spannende ontknoping: de Koningin Elisabethwedstrijd levert telkens opnieuw prachtige televisie op. De editie voor viool in 2009 zal daarop waarschijnlijk geen uitzondering vormen. Eenmaal de prijzen uitgedeeld en de cameraploegen geëvacueerd zijn, mogen de laureaten plaatsnemen naast deFilharmonie en ex-violist Jaap van Zweden. Om uw geheugen nog eventjes op te frissen: een blitzoverzicht van ruim vijftig jaar Elisabethconcours.

We schrijven 17 december 1909: Leopold II legt er het loodje bij neer, en wordt opgevolgd door zijn neef Albert, die negen jaar eerder gehuwd was met de uitzonderlijk gecultiveerde Beierse hertogin Elisabeth von Wittelsbach. De nieuwerwetse, moderne levensstijl van het jonge vorstenpaar stond volledig haaks op Leopolds bestofte koningschap. Binnen hun publieke optreden nam cultuur – en in het bijzonder muziek – een voorname plaats in. De muziekminnende vorstin, die zelf een streepje viool speelde, aarzelde dan ook geen moment om België’s meest vermaarde violist, Eugène Ysaÿe, op de thee te vragen.

Tussen twee Destrooperwafels door legde de internationaal geroemde violist zo zijn plannen voor een nieuw vioolconcours op de theetafel. Wat Ysaÿe voor ogen had, was een wedstrijd voor jonge virtuozen, die een bijzonder breed programma, actuele muziek incluis, zouden moeten afwerken. Pièce de résistance zou een onuitgegeven compositie als opgelegd werk zijn, dat zonder enige hulp en in afzondering zou moeten worden ingestudeerd. Mooie plannen, maar toch zou het tot 1937 – zes jaar na Ysaÿe’s overlijden – duren vooraleer de koningin haar steun verleent aan de Wedstrijd Ysaÿe. Niet alleen de resultaten (een zegevierende Sovjetrussische school, met David Oistrakh als prijsbeest), ook de publieke aantrekkingskracht van deze op radio druk beluisterde wedstrijd stemt tot nadenken. Al een jaar later vindt een tweede editie plaats, ditmaal voor piano.

Hoewel Koningin Elisabeth in de volgende jaren de wedstrijd weet uit te breiden met een muziekinstelling, brengt de Tweede Wereldoorlog een voorlopig einde aan haar plannen. Onmiddellijk na de oorlog is de heropbouw van het land topprioriteit, maar de lente van 1950 brengt een nieuw geluid. Marcel Cuvelier, die even voor de oorlog Jeugd en Muziek in het leven geroepen had, geeft de wedstrijd een nieuw elan en een nieuwe naam: de Koningin Elisabeth Wedstrijd is geboren. De eerste sessie, georganiseerd in 1951, legt gelijk een nieuwe spelregel op: voortaan moeten de finalisten logeren en studeren in de prestigieuze gebouwen van de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Als juryvoorzitter mag Cuvelier in het eerste jaar violist Leonid Kogan bekronen, een jaar later gevolgd door pianist Leon Fleischer.

Een onwrikbare jury

De toon is gezet: de Koningin Elisabeth Wedstrijd wordt sindsdien door iedereen erkend als het meest prestigieuze, maar ook als het moeilijkste concours ter wereld. Beurtelings kunnen violisten, pianisten en componisten meedingen naar de prijs, hoewel de pogingen om het compositiedeel aanzien te verlenen, niet het verhoopte resultaat opleveren. Ondanks indrukwekkende compositiejury’s, een uitstekend orkest voor het vertolken van de partituren en het stijgende prestige van de viool- en piano-edities spreekt de compositiesessie niet aan. Talloze keren wordt aan de formule gesleuteld, en de editie sterft een stille dood, tot in 1991 besloten wordt om het winnend werk te laten gelden als opgelegd stuk voor de viool- of pianosessie. Er veranderde nog meer. Onder impuls van Gerard Mortier en José Van Dam wordt in 1988, bij wijze van experiment, een zangsessie ingevoerd. Het succes en de kwaliteit van die sessie zorgde voor de definitieve opname van zang binnen het verloop van de wedstrijd.

Met afstand bekeken werd tal van uitvoerders een plaats toegekend die in schril contrast staat tot het verloop van hun latere carrière.

Geen wedstrijd zonder jury. Minstens zo belangrijk als zij die op het podium geluid maken, zijn zij die zich in de zaal in stilzwijgen hullen. Los van de mythevorming omtrent hun geheime, onuitwisbare en niet op deliberatie gestoelde quotering staat vast dat jurylijst de meest eminente grootheden uit de viool- en pianogeschiedenis verenigt. Hun oordeel en rangschikking is daarom niet aan kritiek onderhevig: met afstand bekeken werd tal van uitvoerders een plaats toegekend die in schril contrast staat tot het verloop van hun latere carrière. De voorbeelden zijn legio: Philippe Entremont, Hans Graf, Emmanuel Ax of Zakhar Bron bengelden allen ergens halverwege of onderaan de lijst. Wat het verdict ook zij: het oordeel van de jury paart genadeloosheid aan onwrikbaarheid. Net die hybriditeit maakt het wezen, maar ook de grootste aantrekkingskracht van de Koningin Elisabeth Wedstrijd uit. Want wanneer gratie en fiasco, schoonheid en streven, ijver en nonchalance, topsport en kunstzin op een dergelijke wijze de publieke arena van emoties en opinies betreden, wie kan dan nog beweren dat klassieke muziek niet langer levend is?